HomeBegrippen
Naslag

Begrippenlijst autoreiniging

46 termen uit de autoverzorging, van agiteren tot zeem, in gewone taal uitgelegd.

A

Agiteren

Het losmaken van vuil met een borstel, pad of doek nadat het reinigingsmiddel heeft ingewerkt. Het middel doet het oplossende werk, het agiteren helpt alleen mee.

Applicator

Een blokje schuim of microvezel waarmee wax, sealant of dressing gelijkmatig wordt aangebracht. Voorkomt dat er te veel product op één plek terechtkomt.

B

Blanke lak

De doorzichtige toplaag over de kleurlaag. Deze laag bepaalt de glans en vangt alle schade op. Op moderne personenauto's is die grofweg veertig tot zestig micrometer dik.

Buffing

Het uitwrijven van een restant polijstmiddel, wax of coating met een schone microvezeldoek.

C

Carnaubawas

Natuurlijke was uit de bladeren van een Braziliaanse palm. Geeft een warme glans, maar smelt bij relatief lage temperatuur en gaat daardoor korter mee dan synthetische bescherming.

Compound

Het grofste polijstmiddel, bedoeld voor duidelijke krassen en verweerde lak. Laat zelf een lichte waas achter die met een fijner middel weggewerkt wordt.

Contactwassen

Elke wasstap waarbij een washandschoen of doek de lak raakt. Het tegenovergestelde is aanraakloos reinigen met schuim en waterdruk.

Cut

De mate waarin een polijstmiddel of pad materiaal wegneemt. Meer cut betekent sneller resultaat en meer verlies aan blanke lak.

D

Decontamineren

Het verwijderen van vervuiling die met wassen niet weggaat. Chemisch met een ijzer- of teerverwijderaar, mechanisch met detailingklei.

Dressing

Een afwerkmiddel voor rubber, kunststof of banden. Op waterbasis geeft het een matte afwerking, op siliconenbasis een glanzende.

Drying aid

Een middel dat tijdens het drogen op het natte paneel wordt gespoten en de doek laat glijden. Beperkt het risico op krassen en laat vaak een dun beschermlaagje achter.

E

Edgeless

Een microvezeldoek zonder ingestikte rand. Die rand is van harder garen en is een veelvoorkomende oorzaak van krassen door een verder zachte doek.

Etsing

Een put of matte krater in de blanke lak, ontstaan doordat een zure vervuiling zoals vogelpoep of insectenresten heeft ingewerkt.

Excentrische polijstmachine

Machine waarbij de pad zowel draait als in een baan beweegt. De pad stopt met draaien bij te veel druk, wat het risico op doorbranden sterk verkleint.

F

Finishing polish

Het fijnste polijstmiddel, bedoeld voor de laatste glansslag. Neemt nauwelijks materiaal weg.

G

Glaze

Een middel dat krassen tijdelijk opvult met olie in plaats van ze weg te polijsten. Het effect verdwijnt na enkele wasbeurten.

Grafeen

Een vorm van koolstof waarbij de atomen in een laag van één atoom dik liggen. In autoverzorgingsproducten gaat het doorgaans om grafeenoxide als toevoeging aan een bestaande formule.

Grit guard

Een roosterinzet op de bodem van een emmer die bezonken vuil onderin houdt, zodat het niet opdwarrelt zodra de washandschoen erin gaat.

GSM

Gram per vierkante meter, de dichtheid van een microvezeldoek. Droogdoeken zitten doorgaans tussen 1000 en 1600, algemene doeken tussen 300 en 500.

H

Hologrammen

Wazige, boogvormige sporen in de lak die overblijven na polijsten met een roterende machine. Zichtbaar in direct zonlicht, vooral op donkere lak.

Hydrofoob

Waterafstotend. Een hydrofoob oppervlak laat water in bolletjes samentrekken in plaats van uitlopen.

I

IJzerverwijderaar

Middel dat chemisch met ijzerdeeltjes reageert en die oplost. De paarse verkleuring toont waar de reactie plaatsvindt.

Isopropanol

Alcohol die als paneelreiniger wordt gebruikt om polijstolie en vet te verwijderen voordat er bescherming wordt aangebracht. Meestal verdund met water.

K

Kleien

Het over de natte lak bewegen van detailingklei met glijmiddel, waarbij vastzittende deeltjes uit het oppervlak worden getrokken.

L

Laagdiktemeter

Meetapparaat dat de dikte van de laklaag bepaalt. Geeft aan hoeveel ruimte er nog is om te polijsten en of een paneel is overgespoten.

LSP

Last step product, de laatste laag die op de lak komt: was, sealant of coating.

N

Nageltest

Met de nagel over een kras gaan om de diepte te schatten. Blijft de nagel haken, dan zit de kras dieper dan de blanke lak en is polijsten geen oplossing.

O

Onderhoudswas

Een lichte laag die tussen twee grote beurten door wordt aangebracht om de bescherming op peil te houden.

Ontvetten

Het verwijderen van olie- en vetresten na het polijsten, zodat de bescherming daarna goed hecht.

Overspray

Nevel van een reinigingsmiddel of van verf die op een aangrenzend oppervlak neerslaat.

P

Pad

De schuim- of wollen schijf op een polijstmachine. Harder schuim neemt meer materiaal weg, zachter schuim werkt af.

pH-neutraal

Een middel met een zuurgraad rond de zeven, dat de aanwezige was of sealant grotendeels intact laat.

Q

Quick detailer

Een spray voor lichte vervuiling en voor het opfrissen van de glans tussen wasbeurten door.

R

Remstof

Metaaldeeltjes die bij het remmen loskomen en heet op de velg landen, waar ze zich in de laklaag vastzetten en verder oxideren.

Rinseless wash

Wasmethode met één emmer waarbij niet nagespoeld hoeft te worden. Polymeren omhullen de vuildeeltjes zodat die van de lak loskomen.

S

Sealant

Synthetische bescherming op basis van polymeren. Gaat langer mee dan carnaubawas en is beter bestand tegen warmte.

Silica

Siliciumdioxide, de basis van de meeste keramische coatings. Hardt uit tot een harde, glasachtige laag.

Sneeuwschuim

Dik schuim uit een schuimlans of schuimsproeier, aangebracht vóór het contactwassen om vuil los te weken.

Swirls

Fijne cirkelvormige krassen in de blanke lak die in fel licht een spinnenwebpatroon vormen. Ontstaan vrijwel altijd tijdens het wassen en drogen.

T

Teerverwijderaar

Middel op oplosmiddelbasis voor asfaltspatten, lijmresten en boomhars.

Twee-emmermethode

Werkwijze met een emmer shampoo en een emmer schoon water, waarbij de washandschoen tussen elk paneel wordt uitgespoeld.

U

Uitharden

De periode waarin een coating chemisch bindt en zijn eindhardheid bereikt. Meestal vierentwintig uur zonder water en enkele dagen zonder wasbeurt.

W

Waterless wash

Reiniging met alleen een spray en twee doeken, zonder spoelen. Alleen geschikt voor een lichte stoflaag.

Waterspots

Witte of matte vlekken die achterblijven wanneer kalkhoudend water op de lak opdroogt. Op een onbeschermde lak kunnen ze zich inetsen.

Wicking

Vocht dat na het reinigen van bekleding vanuit het schuim onder de stof weer omhoog trekt en het opgeloste vuil meeneemt, waardoor de vlek terugkomt.

Z

Zeem

Kunststof of leren doek die veel water opneemt maar hard over de lak glijdt. Voor moderne lak is een microvezeldroogdoek de veiligere keuze.